Biefstukzomer

6 september 2017 I marketingonline I door Ilan Roos

Er wordt deze zomer weinig aan de reclame-verbeelding overgelaten. Alles, of in ieder geval veel draait om billen in augustus. Nog maar net terug van vakantie worden de Amsterdammers overspoeld met bloot in het straatbeeld. Reclamemakers kiezen niet meer voor een subtiel decolleté of een wat te hoge split. Om op te vallen bij fietsers en automobilisten kiezen Radio 538 en Suistudio voor het tonen van vleeswaar om ‘arousal’ te wekken.

Ik moet echt uitkijken niet met mijn neus in de bilnaad van de 538-dame te fietsen. Is dit een effectieve reclamestrategie, wat doet het voor de branding van die merken? En is het wenselijk in maatschappelijk opzicht?

 

Billen
Het lijkt dat het werkt, althans bij velen van ons. Als heteroman op de fiets moet ik toegeven dat ik onbewust vaak naar de 538-billen kijk. Het zou me zelfs niet verbazen als het zodanig afleidt dat iemand pardoes op zijn voorganger botst of erger omdat hij even niet bij de les is. Het trekt de aandacht, maar leidt het ook tot een hogere koopintentie?

Dankzij of ondanks?
Merken groeien onder andere door het versterken van de mental availability. Het bouwen van het netwerk aan relevante associaties. Merken moeten ervoor zorgen dat associaties die relevant zijn categorie aan hun naam worden gekoppeld (Sharp, 2010). Ik weet niet zeker waar u aan denkt bij de keuze van een radiostation, maar blote billen in een vrijwel onzichtbare tanga is niet mijn eerste associatie. Bekend is dat het marktaandeel van 538 sinds de inzet van expliciete campagnes in 2014 behoorlijk is gestegen. De vraag is daarbij of er sprake is van ‘dankzij de campagne’ of ‘ondanks de campagne’?

De keuze voor ‘vlees’
En ook bij de aankoop van een damespakje vermoed ik dat mijn vrouw niet direct aan naakte mannen denkt (dat kan overigens maar één naakte man zijn). Voor de positionering van die merken heeft de keuze voor ‘vlees’ dus geen positief effect. Wirtz, Sparks & Zimbres (2017) lieten in een metastudie van 80 onderzoeken (18.000 respondenten) zien dat seksueel getinte reclame wel een positief effect heeft op de aandacht, maar geen positief effect op de ‘recall’ en ook niet op de ‘buying intention’. Er werden wel positieve effecten gevonden bij reclame voor seksgerelateerde producten. Dat is in lijn met de bovengenoemde theorie van mental availability: seks in reclame werkt voor dating en dildo’s, maar niet voor radio en mantelpakjes.

Geen effect in social media marketing
En als de billboards dan niet zo geweldig werken op straat, doen ze het dan beter op social media, wellicht wat dichter op de doelgroep? Het antwoord is nee. Van social media verwacht je dat ze naast een gewoon advertentieplatform de bron zijn van engagement en sharing. Onderzoek van Karen Nelson Field (2014) laat zien dat de ‘sexual creative device’ als een van de slechtste scoort als het gaat om sharing and liking van reclame. Vrijwel alle andere denkbare creatieve concepten doen het beter. Als Radio 538 of Suistudio op Facebook of Instagram kans willen maken op een social media hit, dan raad ik ze aan iets met humor, dieren of baby’s te doen. Zie onder andere de android video hieronder (6 miljoen shares, 30 miljoen views)

Wenselijk
Na de objectivering over de effectiviteit wordt deze column tricky. Want nu volgt de moralistische preek over de onwenselijkheid van deze uitingen. De poging van Suistudio de man als lustobject te portretteren vind ik verfrissend al vraag ik me af of de fotograaf (Carlì Hermes, man) dan niet beter een vrouw had kunnen zijn. Effectief is het dus in geen geval. Maar in het algemeen moeten bedrijven en reclamemakers terughoudend zijn met bloot. Al was het maar bij de keuze voor het medium.

Vrome moslim
Er zijn genoeg groepen in samenleving te bedenken die zich vervreemd voelen of aanstoot nemen aan deze billboards, maar ze niet kunnen ontlopen omdat de straat nu eenmaal publieke ruimte is. Als vrouw, non, priester, vrome moslim of SGP’er kan je niet je ogen dicht doen, want dan bots je op je voorganger (die misschien wel naar dat billboard staat te kijken).

Merken (en organisaties daarachter) zouden zich meer moeten realiseren dat er onder huidige en potentiële gebruikers ook mensen zitten die de confrontatie met bloot of seksualiteit minder makkelijk afgaat. Het is een erg truttige term, maar misschien is dit wel een oproep voor meer duurzame communicatie. En als reclamemakers daar niet van gediend zijn kunnen ze dit deel van het betoog zien als een oproep tot meer creativiteit.

YouTube Preview Image

Beeld: 538 (via Twitter) en Suistudio

Wie wint de besteloorlog – BNR

25 september 2016 I BNR

 

bezorgen

Luister hier het radio-interview

Het is dringen geblazen op de Nederlandse bezorgmarkt voor eten. Thuisbezorgd, Foodora, Deliveroo en Tring Tring… ze strijden allemaal om een stukje van de taart. Maar hoe zorg je er nou voor dat jouw merk eruit springt?

Naast keiharde marketing is er volgens merkstrateeg Ilan Roos nog één ding cruciaal: ‘Je moet heel erg zichtbaar en beschikbaar zijn. Je assortiment is heel erg belangrijk en vervolgens moet het gewoon heel erg goed werken. Anders zijn de mensen zo weg en staan er drie andere kandidaten voor je klaar.’

Twee druppels water
Maar de verschillende bedrijven lijken nu wel heel erg op elkaar, vindt merkstrateeg Wouter Boon: ‘Ik heb posters zien hangen waarop stond: Wij bezorgen, jij geniet. Dat is natuurlijk zo generiek als het maar kan. Daarmee ben je eigenlijk reclame aan het maken voor de hele categorie van thuisbezorgen.’

Dat er weinig verschil tussen de bezorgers is, kan Boon verklaren: ‘Dat komt denk ik, omdat ze het te druk hebben met simpelweg hun service optimaliseren en het marktaandeel veroveren.’

Bezorgoorlog
Alle spelers willen zo snel mogelijk groeien. Aangezien achter de bezorgers grote buitenlandse investeerders zitten, duurt de strijd nog lang voort, denkt Roos: ‘De mate waarin nu gecommuniceerd wordt in campagnes, doet mij vermoeden dat er nu echt een oorlog aan de gang is. Wie gaat de markt pakken?’

En voor de verliezers rest volgens Boon maar één ding: ‘Het is voor de hand liggend dat op een gegeven moment een paar van de kleinere merken opgeslokt worden door de grotere.’

Merkexperts over nieuwe campagne van Albert Heijn

15 april 2016   | Communicatie  | door Ilan Roos

 

‘Everybody appie’ is verbindend, maar niet per se de uitspraak van een innovator.

Albert Heijn is bezig met een herpositionering. Aan de nieuwe commercial ging een interne video vooraf  waarin medewerkers, leveranciers en klanten het nieuwe verhaal van Albert Heijn vertellen. We vroegen vier merkexperts om duiding en een mening over de koers.

YouTube Preview Image

‘Het komt allemaal een beetje braaf over’


Ilan Roos, Idephix Merkingenieurs

‘Vooropgesteld dat ik het moeilijk vind om op basis van dit interne filmpje iets te zeggen over de externe voortzetting, zie ik wel een paar dingen die me opvallen. Er spreekt een soort familiegevoel uit. We zorgen goed voor onze mensen. We kennen onze producenten,  onze producenten, onze klanten. We halen het van dichtbij.  Die gedachte begrijp ik. Je zou kunnen zeggen dat ze zich daarmee slim afzetten tegen goedkopere supermarkten als Lidl. Lidl kan die belofte voor haar producten namelijk niet waarmaken. Tegelijkertijd is het idee van een supermarkt die zijn producenten kent en de producten van dichtbij haalt, vergelijkbaar met de propositie van Marqt. Dus daar raakt dit filmpje ook aan, al is de nuance op zijn plaats dat Marqt alleen in de Randstad actief is.

Relevant

Maar ik vraag me af of dit alles voor de consument nu wel zo relevant is. Die kiezen toch primair op de vraag of de supermarkt zélf dichtbij is, of de prijzen bij hun budget passen en of er niet al te lange rijen bij de kassa staan. Ik vind het allemaal een beetje braaf overkomen. Een hele duidelijke richting kan ik nog niet bespeuren. Wat ik vooral belangrijk vind is dat Albert Heijn weer meer moet gaan opvallen. Met onderscheidende producten, bijzondere communicatie. Concurrenten als Jumbo en Lidl hebben de laatste jaren een hele consistente boodschap gecommuniceerd. Ik  vraag me af of dit nu het antwoord is.’
‘Is dit wel de route? Daar twijfel ik nog aan’


Julian Stevense, Inzicht Communicatie

‘AH probeert absoluut dichter bij de mensen te komen staan. De supermarkt voor rijk en arm, voor iedereen. Dat is ook nodig omdat AH als de exclusieve supermarkt wordt gezien in VVD-blauw. De Jumbo’s van deze wereld bieden ongeveer dezelfde kwaliteit, maar hebben de perceptie veel goedkoper en volkser te zijn. Ik begrijp de keuze dus helemaal. Maar of dit de route is? Dat betwijfel ik nog.

Bewijsvoering

Wat is de toegevoegde waarde van AH? Willen die uitleg of willen ze veel meer bewijsvoering dat AH er echt voor het volk is. Geen dure, grote films maar juist dichtbij.  Kortom, op basis van wat ik heb gezien, een goede gedachte voor zo’n interne film maar nog een flinke uitdaging richting de consument.’

 

‘Een retailformule met een purpose, helemaal van deze tijd’


Rik Riezebos, Eurib

Het is sterk dat Albert Heijn de ‘interne kant’ van de organisatie centraal durft te stellen, of zoals je wilt de ‘achterkant’ van de formule. Albert Heijn heeft toch altijd bekend gestaan als een formule met een sterke marketing, waar wel eens vraagtekens bij de interne kant werden gesteld. Niet alleen over de kwaliteit van hun huismerkproducten, maar ook over hoe ze met hun leveranciers omgaan. In de film wordt op een luchtige, soms humoristische toon, een serieuze boodschap verteld. Albert Heijn laat zien dat ze echt goede kwaliteitsproducten leveren, en uiterst vers. Maar dat ze ook op een maatschappelijk verantwoorde wijze opereren. De pluimveehouders laten dat op een leuke, goede en geloofwaardige manier zien (“Kent u de kippen allemaal bij naam?” Waarop de pluimveehouder antwoordt: “Nee, ze heten voor mij allemaal kip”). En de fluistertrucks die aanzienlijk minder geluid maken dan de oude camper van waaruit ceo Wouter Kolk en interviewer Godfried hun verslag maken…

Wajonger

Albert Heijn is er voor iedereen. De wajonger-die vakken vult en de producten spiegelt, de oudjes die met een speciale bus worden opgehaald en weggebracht,  de oma die wacht op die knappe bezorger van AH.nl. En heel subtiel is in de film verwerkt dat Albert Heijn de formule is die vooroploopt; denk niet alleen aan de ‘James Bond-achtige’ ondertoon in het distributiecentrum, maar ook aan het verhaaltje van de productontwikkelaar van AH To Go, die blij is als anderen hun innovaties kopiëren.
Kortom: een goed verhaal, die je trotst versterkt als je voor Albert Heijn werkt. En hoe kan je dat nu beter laten zien door het niet zelf te vertellen, maar door je leveranciers en medewerkers het te laten vertellen? Een retailformule met een purpose; helemaal van deze tijd! En wat mij betreft leent dit concept zich ervoor om extern doorontwikkeld te worden.
‘Ik mis de blik van de buitenwereld’


Onno Maathuis, De Positioneerders

Dat AH marktleider is, laten ze in de in de interne film overtuigend zien. Op alle vlakken innovatief, voorop lopen in nieuwe producten, winkelideeën, distributie en logistiek. En AH brengt die innovatieve concepten naar de massa.  Ook is AH ‘op trend’ waar het gaat om het laten zien van het vakmanschap van de bakker en de kaasmeester, de ‘echte verhalen’ van consumenten en de passie van leveranciers. Misschien niet het meest onderscheidende aspect, maar wel ondersteunend aan de boodschap van leiderschap. Toch heb ik ook een paar kanttekeningen. Ik mis de blik op de buitenwereld: wat speelt er bij de consument, hoe veranderen behoeften?  En maatschappelijk gezien: transparantie, kritische burgers, Wakker Dier.

Komkommerteler

En economisch-maatschappelijk: het belang van duurzame relaties met je stakeholders. In relatie tot de komkommerteler en de garnalenvisser – AH is natuurlijk ook geregeld in het nieuws geweest als de partij die zijn leveranciers ‘onder druk zet’ qua prijzen en betalingsvoorwaarden. En internationaal – de herkomst van producten, arbeidsomstandigheden, et cetera. Ook de A-merkpartners mis ik in het filmpje. ‘Everybody appie’ is positief en verbindend. Maar het is niet per se de uitspraak van een marktleider en innovator is. Het bouwt wel verder op de sympathie die AH de afgelopen jaren heeft opgebouwd met de supermarktmanager.’

 

Hoeveel marketing kan je begraven

17 februari 2016  | marketingonline| door Ilan Roos

 

Hoeveel_marketing_kan_je_begraven

‘Deze uitvaart wordt verzorgd door Yarden & Keizer.’

Gisteren was ik op een begrafenis. In het uitvaartcentrum waar alle genodigden elkaar met gepast ongemak ontmoetten heerste de bekende kalme en bedrukte sfeer. Nog net voor de genodigden de zaal in werden gevraagd voor de bijeenkomst trof mijn oog een fors beeldscherm met een voor mij opvallende vorm van narrow-casting.

‘Deze uitvaart wordt verzorgd door Yarden & Keizer’

Ik had meteen de associatie met TV-billboarding:
Het weer wordt u aanboden door ……. Sunweb vakanties, of Univé is partner van Studio Sport.

Uitvaartdienstmarketeers
Zichtbaarheid is voor merken van levensbelang. Wie niet bijtijds in het hoofd van de consument zit, kan het bij een aankoopbeslissing wel vergeten. Je moet als merk zogezegd ‘salient’ zijn. Een Ray-Ban zonnebril of een Magnum ijsje koop je veelal in de zomer en niet één keer maar meestal vaker. Bij uitvaarten ligt dat anders. De ‘uitvaartdienstmarketeers’ kunnen moeilijk inschatten wanneer het aankoopmoment komt. En al te veel herhalingsaankopen zijn er ook niet. Lastige business. Jonge mensen zijn nog niet zo met de dood bezig, oudere consumenten misschien wel maar voor je ‘t weet is het te laat: weg aankoopmoment. Maar aan de andere kant: nooit last van conjunctuurwisselingen, want iedereen gaat dood.

yarden

Dood gaan en begraven
Vanuit het oogpunt van relevantie en effectiviteit is de boodschap op het scherm van het uitvaartcentrum wel te begrijpen. Immers, op de uitvaart van familieleden of vrienden zou je heel goed aan je eigen einde kunnen denken. Als u denkt aan dood gaan en begraven, wat komt er dan in u op? Bij mij is dat: angst voor de dood, begraven, cremeren, wat verdrietig voor degene die ik achterlaat (hoop ik), houten kist, muziek, speeches die ik niet in de hand heb. Maar niet Yarden & Keizer. Tot gisteren dan.

Uiterste houdbaarheidsdatum
Yarden en Keizer (vreemde dual-branding trouwens) hebben theoretisch alles goed gedaan. Ze hebben sterke associaties van de categorie (dood, begrafenis, crematie) op een relevante manier gekoppeld aan hun merk. Als ik nu onverhoopt tegen mijn uiterste houdbaarheidsdatum aanloop, is de kans groot dat ik aan Yarden & Keizer denk bij het uitzoeken van de uitvaartdienstverlener.

Maar toch doe ik dat niet. Ik ervaar de aanwezigheid van branding op het moment dat je met zoiets persoonlijks als een uitvaart bezig bent als zeer storend, ongepast en irritant.  Ik onthoud die naam heel goed, maar als negatieve associatie.

Loden Leeuw
Naast kritiek heb ik ook bewondering voor de uitvaartondernemer Yarden. Deze lanceerde onlangs een tv-campagne waarin zij de dood en afscheid omarmen als iets bijzonders, maar vooral ook als een onderdeel van ons leven. Dat expliciet benoemen getuigt niet alleen van enorme moed, maar ook van het inzicht dat je als merk moet opvallen en ervoor moet zorgen dat je sterke associaties van de categorie aan je merk moet verbinden. Met een iets mindere theatrale uitvoering had dit filmpje een beter lot verdiend dan een Loden Leeuw-vermelding. Hopelijk is die vermelding geen reden om dit campagneconcept te verlaten.

YouTube Preview Image

Bunq, niet voor mannen met een wijkende haargrens

03 december 2015  | marketingonline| door Ilan Roos

Bunq_niet_voor_mannen_met_een_wijkende_haargrens_123rf

Als bunq meer kans op succes wil maken moeten ze aantrekkelijk zijn voor een brede doelgroep.

Sinds een weekje is er bunq, een bank verkleedt als WhatsApp. Een innovatief concept waarvan je hoopt dat het een eigen plek krijgt tussen de grootbanken. Of gaan die er binnenkort met de functionaliteit van door?

Met z’n allen oma trakteren op een bootreis over de Rijn? Een etentje met vrienden delen of je gewonnen weddenschap innen bij je maatjes. Het kan allemaal makkelijker met bunq. Het gaat de bank er niet om dat je overstapt (dat doet immers vrijwel geen consument), bunq is de bank erbij. Één pas, meerdere rekeningen, uitgaven en inkomsten delen met je netwerk. Het kan allemaal. Bunq brengt de oude bankfunctie in de wereld van vandaag: beter en makkelijker betalen en ontvangen met een oude sok in de Cloud. Een bank die aansluit bij de sharing, social en mobile society.

Bunq_2

Bunq, innovatief en kwetsbaar
De nieuwe bank (met DNB vergunning) heeft bij mij een streepje voor. Het wil geld verdienen, door de service (transacties) die het levert. Bunq maakt geen geld door geld van anderen uit te lenen. Maar de keerzijde is dat we voor die services moeten betalen, anders kan bunq niet overleven. Ik vraag me af of de consument € 9 voor een pasje over heeft dat niet zo vaak gebruikt gaat worden. bunq als je vaste bank gebruiken? Dan ga je serieus betalen in winkels en voor pinnen. Het is dus de social bank voor erbij. Het model veronderstelt dat we veel transacties met mensen in ons netwerk doen. Dat geldt natuurlijk voor een dispuutshuis vol brallende studenten die dagelijks kratjes bier omslaan. Misschien ook nog voor een echtpaar dat de Brinta en de Pampers met gescheiden beurzen wil betalen. Maar je kan je afvragen of er wel volume zit in het ‘sharen’. Er is zeker behoefte aan nieuwe betaalvormen. Paypal introduceerde Venmo dat vergelijkbaar is en ook Nederlandse banken vernieuwen hun Apps. Op de ABNAMRO App kan ik bij voorbeeld ‘rekening delen’.  Het is een goede innovatie maar de vraag is of het als zelfstandige propositie kan overleven. Hoe lang duurt het voor Rabobunq of  ING Bunq er zijn?

Bunq_4

Onnodig kleine markt
Bunq is er in ieder geval geslaagd een aansprekend logo en visuele stijl te ontwikkelen. Weg van de keurige finance associaties, fris en dynamisch. Je voelt dat je bij een nieuw bedrijf zit dat zaken oprecht anders wil presenteren en anders wil doen. Nauwelijks tekst op de website, vooral filmpjes die uitleg geven, prettig voor als je niet van lezen houdt. Maar als ik me laat ‘entertainen’ op de site dan voel ik me niet aangesproken. Foto’s met jongeren tussen de 16 en 24: dit is niet voor mij! Hier maakt bunq het zich onnodig moeilijk. Als ik in de spiegel kijk dan zie ik de haargrens langzaam wijken, maar ook ik WhatsApp me een ongeluk en waarom zou ik dan geen klant van bunq kunnen zijn? Een beetje moderne oma kan met bunq in één klap haar kleinkinderen een douceurtje geven. Waarom kan oma niet sharen? Banken hebben een breed klantprofiel en al die mensen betalen en ontvangen.  Het is een gemiste kans om je markt zelf zo ‘klein’ te definiëren. Kortom, als bunq meer kans op succes wil maken moeten ze aantrekkelijk zijn voor een brede doelgroep. Jong, oud, urban, Spakenburg …. The Whole Wallet Sharing Society.

Blame Brands

17 november 2015  | Adformatie| door Ilan Roos (Floor Bakhuys)

A Volkswagen logo stands on the roof of the company's headquaters in Wolfsburg, Germany October 7, 2015. Volkswagen Chief Executive Matthias Mueller said in an interview with a German newspaper that the company would launch a recall for cars affected by its diesel emissions crisis in January and complete the fix by the end of next year. REUTERS/Axel Schmidt
(credit: Axel Schmidt)

Bij maatschappelijke issues wordt steeds vaker met de beschuldigende vinger richting merken gewezen. Hoe gaan deze ‘blame brands’ daarmee om? En kunnen ze het eigenlijk ooit goed doen? 

Een merk dat een schandaal aan z’n broek krijgt, gaat even diep door het stof. Een bedrijf dat een misstap begaat, zegt mea culpa en belooft beterschap. Maar wat als je als merk niet te lijden hebt onder een schandaal, maar onder de veranderende publieke opinie? Moet een junkfoodketen die naam heeft gemaakt met de belofte van ‘snel, veel en makkelijk’ omwille van de health-trend ineens op de gezonde toer gaan? Moet een massamodemerk dat bekend staat om z’n spotgoedkope kledingstukken vanwege de duurzaamheidstrend plotseling een ethisch jasje aantrekken? Of kun je maar beter zo dicht mogelijk bij jezelf blijven? Wat is voor brands die de rol van boeman toegespeeld krijgen eigenlijk de beste strategie? Het is een vraagstuk waar steeds meer merken mee te maken krijgen. Met de huidige focus op transparantie en de alsmaar mondigere consument, worden bedrijven steeds directer geconfronteerd met verschuivingen in de publieke opinie. Lees verder via de pdf. Blame brands

 

 

 

De Blije Kip Garantie: ook voor na Pasen

8 april 2013 | Molblog | door  Ilan Roos

Volgens eiloveyou.nl aten de Nederlanders rond Pasen zo’n 32 miljoen eieren. Het ei is hot geweest de afgelopen weken. Barneveld was even het middelpunt van Nederland en ‘van de leg zijn’ was er even niet bij. De vraag was zo groot dat je hier en daar zelfs lege plekken zag in het eier-schap. Inmiddels zijn alle eieren op of liggen nog onontdekt in een tuin. Terug naar gewone tijden. De pluimveesector denkt na over de vraag wat te doen na deze periode van intensieve consumptie? Hoe blijf je onder de aandacht van de consument na Pasen. Is de Blije-Kip-Garantie het antwoord? Continue reading

Advocaat mist een herkenbaar merk

21 juni 2011 | Het Financieele Dagblad | door Richard Smit

Kantoren geven wel fiks meer uit aan marketing, maar durven geen positie te kiezen.

De advocaten van Spigthoff afficheren zich als de bijtertjes onder de strafpleiters. Goedschiks als het kan, kwaadschiks als het moet, staat te lezen op hun website. Zo nodig een geduchte tegenstander van mededingingsautoriteiten. Dan weten klanten tenminste waarvoor ze kiezen. Voor een procestijger moet je hier zijn.

Marktontwikkelingen dwingen advocaten om na te denken over hun profilering, zegt merkadviseur Ilan Roos van Idephix. Er zijn meer advocaten, maar er is minder werk en klanten zien advocaten steeds meer als gewone adviseurs, wat weer druk zet op tarieven. Dat betekent dat kantoren zich moeten omvormen tot een merk met een heldere positionering dat een voorkeur creëert bij klanten. Continue reading

Advocaat op gympen

29 april 2011 | Advocatenblad No 6 | door Ilan Roos en Wiemer Snijders

Marktontwikkelingen dwingen advocaten na te denken over hun profilering en onderscheidend vermogen. Welke keuzes kunnen ze daarin maken? Merkingenieurs Ilan Roos en Wiemer Snijders verkennen de mogelijkheden.

Continue reading

De MarketingDagen 2011

06 april 2011 | MarketingTribune | door Luuk Ros
Op De Marketing Dagen: Wiemer Snijders

Regio Bank: de rebranding

Jaren schopten we van redactiewege duizenden marketeers naar het onvolprezen Nieuwegein om in juni – standaard op een bloedhete dag – naar het Lowlands van Marketing af te reizen. Tien thema’s 70 sprekers, fijne expo. Voor het vak en door het vak. Dit jaar vindt dat allemaal plaats gedurende twéé dagen, 19 en 20 april in de Jaarbeurs. Huiscolumnist, brandingspecialist, positioneerder, merkendenker Wiemer Snijders is één van de sprekers op De Marketingdagen.

Continue reading