Verkoopt de Vegetarische Slager knollen voor citroenen?

4 oktober dierendag 2017  I marketingonline I door Ilan Roos

Bij de NVWA is het alle hens aan dek. Gisteren werden de vegetarische kipstukjes en de visvrije tonijn van De Vegetarische Slager in de ban gedaan. In het verleden is de organisatie nog wel eens een te reactieve houding  verweten. Maar vanaf vandaag  weet de autoriteit van wanten. Dat merkte ik vanochtend bij de supermarkt, toen ik een doosje mergpijpjes wilde kopen. Dat zijn van die lekkere, zachte cakejes met marsepein er   omheen in de vorm van een mergpijpje. Die naam mag niet meer, zei de vakkenvuller, de NVWA is net langs geweest en die zeiden: “Mergpijp is van een koe en niet van cakedeeg. Dat is verwarrend voor de consument”.

In mijn zoektocht naar iets zoets zocht ik door en mijn oog viel op een tweede lege schappositie. Op het prijskaartje stond Bokkenpootjes € 1,98. Meewarig keek ik de jongen aan, die met een vertwijfelde blik in de ogen zei: “Sorry, mag ook niet meer van de NVWA”.

Vegetarische Slager

Het is opvallend dat de NVWA zich wel zorgen maakt om de productnamen van De Vegetarische Slager, maar blijkbaar geen problemen heeft met de naam van deze slagerij. Die is namelijk  daadwerkelijk verwarrend voor mensen die niet weten wat ‘vegetarisch’ is. Wij leren  onze kinderen immers dat ze bij een slagerij vlees van dieren verkopen en dat je daar een plakje leverworst van het varken bij krijgt. Is een vegetarische slagerij dan niet een contradictio in terminis? En daarmee subito prohibito? Je zou denken van wel.

 

Marsepeinen varkentje

 Maar nu even serieus. Wanneer wordt de consument écht op het verkeerde been gezet? Dat gebeurt als een naam van een merk of product andere associaties oproept dan dat je van het product of de categorie mag verwachten. Je mag namelijk geen knollen voor citroenen verkopen. Dus als mijn slager mij ‘biefstukkies’ verkoopt, en ik, thuisgekomen, merk dat het stukjes taai buikvlees van een koe blijken te zijn, dan is er sprake van misleiding door verkeerde associaties. En als  er op de verpakking van visvrije tonijn levensgroot De Vegetarische Slager staat, dan is  het voor de consument voldoende duidelijk dat dit tonijn  ‘zonder vis’ is. Als de NVWA daar  problemen mee heeft, dan dient  de vraag zich aan of het marsepeinen varkentje nog wel langer houdbaar is. Zouden er in Nederland nog echt vleesverslaafde consument te vinden zijn, die geschokt reageren nadat zij hun tanden in dit varkentje hebben gezet?

Branding en positionering

De Vegetarische Slagerij kiest er voor om zijn vegetarische producten namen te geven die verwijzen naar een vleselijke origine. Dat is  begrijpelijk, omdat het de consument enige richting geeft (vaak toch een teleurstelling) over de te verwachten smaaksensatie. Maar vanuit het perspectief van branding  is daar wel een issue. De Vegetarische Slager positioneert zich namelijk als slager(ij). De meeste consumenten zullen daardoor bij het kiezen voor diens producten toch  de verwachting hebben van kip, gehakt of tonijn  en  dan maar hopen op het beste. Mijns inziens, zou De Vegetarische Slager met een andere branding- en naamgevingsstrategie veel meer waarde aan zijn   merk en producten kunnen geven. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door in de naam iets van de smaaksensatie te verwerken, maar er zijn meer opties denkbaar. Sowieso is de categorie vleesvervangers, die in omvang en hipheid terrein wint, toe aan naamgeving en beschrijvingen die minder leunen op vlees-maar-dan-anders. De producten zouden daardoor niet meer zo sterk beoordeeld worden als ‘vegetarische variant’, maar als op zichzelf staande producten in een nieuwe productcategorie. Toegegeven, het kost de consument wel wat meer tijd om daaraan te wennen, maar op de langere termijn heeft het een beter effect op de kracht van het merk.

 

Biefstukzomer

6 september 2017 I marketingonline I door Ilan Roos

Er wordt deze zomer weinig aan de reclame-verbeelding overgelaten. Alles, of in ieder geval veel draait om billen in augustus. Nog maar net terug van vakantie worden de Amsterdammers overspoeld met bloot in het straatbeeld. Reclamemakers kiezen niet meer voor een subtiel decolleté of een wat te hoge split. Om op te vallen bij fietsers en automobilisten kiezen Radio 538 en Suistudio voor het tonen van vleeswaar om ‘arousal’ te wekken.

Ik moet echt uitkijken niet met mijn neus in de bilnaad van de 538-dame te fietsen. Is dit een effectieve reclamestrategie, wat doet het voor de branding van die merken? En is het wenselijk in maatschappelijk opzicht?

 

Billen
Het lijkt dat het werkt, althans bij velen van ons. Als heteroman op de fiets moet ik toegeven dat ik onbewust vaak naar de 538-billen kijk. Het zou me zelfs niet verbazen als het zodanig afleidt dat iemand pardoes op zijn voorganger botst of erger omdat hij even niet bij de les is. Het trekt de aandacht, maar leidt het ook tot een hogere koopintentie?

Dankzij of ondanks?
Merken groeien onder andere door het versterken van de mental availability. Het bouwen van het netwerk aan relevante associaties. Merken moeten ervoor zorgen dat associaties die relevant zijn categorie aan hun naam worden gekoppeld (Sharp, 2010). Ik weet niet zeker waar u aan denkt bij de keuze van een radiostation, maar blote billen in een vrijwel onzichtbare tanga is niet mijn eerste associatie. Bekend is dat het marktaandeel van 538 sinds de inzet van expliciete campagnes in 2014 behoorlijk is gestegen. De vraag is daarbij of er sprake is van ‘dankzij de campagne’ of ‘ondanks de campagne’?

De keuze voor ‘vlees’
En ook bij de aankoop van een damespakje vermoed ik dat mijn vrouw niet direct aan naakte mannen denkt (dat kan overigens maar één naakte man zijn). Voor de positionering van die merken heeft de keuze voor ‘vlees’ dus geen positief effect. Wirtz, Sparks & Zimbres (2017) lieten in een metastudie van 80 onderzoeken (18.000 respondenten) zien dat seksueel getinte reclame wel een positief effect heeft op de aandacht, maar geen positief effect op de ‘recall’ en ook niet op de ‘buying intention’. Er werden wel positieve effecten gevonden bij reclame voor seksgerelateerde producten. Dat is in lijn met de bovengenoemde theorie van mental availability: seks in reclame werkt voor dating en dildo’s, maar niet voor radio en mantelpakjes.

Geen effect in social media marketing
En als de billboards dan niet zo geweldig werken op straat, doen ze het dan beter op social media, wellicht wat dichter op de doelgroep? Het antwoord is nee. Van social media verwacht je dat ze naast een gewoon advertentieplatform de bron zijn van engagement en sharing. Onderzoek van Karen Nelson Field (2014) laat zien dat de ‘sexual creative device’ als een van de slechtste scoort als het gaat om sharing and liking van reclame. Vrijwel alle andere denkbare creatieve concepten doen het beter. Als Radio 538 of Suistudio op Facebook of Instagram kans willen maken op een social media hit, dan raad ik ze aan iets met humor, dieren of baby’s te doen. Zie onder andere de android video hieronder (6 miljoen shares, 30 miljoen views)

Wenselijk
Na de objectivering over de effectiviteit wordt deze column tricky. Want nu volgt de moralistische preek over de onwenselijkheid van deze uitingen. De poging van Suistudio de man als lustobject te portretteren vind ik verfrissend al vraag ik me af of de fotograaf (Carlì Hermes, man) dan niet beter een vrouw had kunnen zijn. Effectief is het dus in geen geval. Maar in het algemeen moeten bedrijven en reclamemakers terughoudend zijn met bloot. Al was het maar bij de keuze voor het medium.

Vrome moslim
Er zijn genoeg groepen in samenleving te bedenken die zich vervreemd voelen of aanstoot nemen aan deze billboards, maar ze niet kunnen ontlopen omdat de straat nu eenmaal publieke ruimte is. Als vrouw, non, priester, vrome moslim of SGP’er kan je niet je ogen dicht doen, want dan bots je op je voorganger (die misschien wel naar dat billboard staat te kijken).

Merken (en organisaties daarachter) zouden zich meer moeten realiseren dat er onder huidige en potentiële gebruikers ook mensen zitten die de confrontatie met bloot of seksualiteit minder makkelijk afgaat. Het is een erg truttige term, maar misschien is dit wel een oproep voor meer duurzame communicatie. En als reclamemakers daar niet van gediend zijn kunnen ze dit deel van het betoog zien als een oproep tot meer creativiteit.

YouTube Preview Image

Beeld: 538 (via Twitter) en Suistudio

Hoe Jumbo en Max samen volwassen worden

 8 november 2016 I Frank News I door Bas Hakker

Jumbo is de enige echte challenger van Albert Heyn en het Brabantse merk klopt steeds een beetje harder op die degelijke deur van Zaanse snit. Zou het merk Jumbo – dus met het gezin van ‘Franks Lammers’ en Max Verstappen in de gelederen – klaar zijn voor een aanval op de bestaande orde?   

Het gaat goed met het merk Jumbo. In de recent gepubliceerde – en tikkie vage –  Top 40 van sterke merken staat het op de tweede plaats achter AH. In het jaarlijkse merkenonderzoek van Hendrik Beerda is het de grootste stijger in vergelijking met 2015 en inmiddels heeft het Noord-Brabantse bedrijf een marktaandeel van 17,4 procent – AH 35 procent, dat dan weer wel. Voor je, ehhh mijn gevoel (man, gezin, vinex met twee Jumbo’s die iets verder fietsen zijn dan de Hoogvliet en de AH) is Jumbo echt een volwaardig alternatief geworden voor AH en dat heeft het familiebedrijf in een paar jaar tijd knap gerealiseerd. Natuurlijk is het marktaandeel toegenomen door de omvorming van alle C1000 en Super de Boer-supermarkten, maar het lijkt erop dat het bouwen aan het mérk Jumbo ook een succesvolle exercitie is; die Frank Lammers-commercials zijn sympathiek en de associatie met Max Verstappen is een hele sterke. Wie zegt nog steeds dat sponsoring geen effect heeft? Als je het maar integreert met je andere marketingactiviteiten. Vinden gerenommeerde merkexperts de familie Van Eerd geniale merkenbouwers en verwachten zij dat AH zenuwachtig wordt nu de redelijk normale ‘supermarktmanager’ is vervangen door ‘grootstedelijke highbrow-commercials’ over ambachtelijke makers?

 

Lefgozertje in de retailsector
,Jumbo doet het briljant,” vindt retailexpert Paul Moers. ,,Tijdens de crisis hebben ze hun nek uitgestoken door andere supermarkten aan te kopen en daarvan plukken ze nu de vruchten. Jumbo is het lefgozertje in de retailsector door hoge service te bieden tegen lage prijzen. Ze zijn ‘the outlaw’, het merk dat de boel komt opschudden en die gevestigde orde is natuurlijk AH. Daarom past iemand als Max Verstappen ook zo goed bij Jumbo. Die is niet alleen heel goed, maar ook een tikkie rebels en daardoor win je aan sympathie.” Moers is enthousiast en daar moeten we wel een kleine nuance bij maken, want Moers zelf adviseerde Jumbo vier, vijf jaar geleden om dat rebelse imago te kiezen. Om precies te zijn formuleerde hij met Jumbo samen de merkbelofte; beter, anders en goedkoper. Denkt Moers dat Jumbo klaar is voor de volgende stap? Een directe aanval op AH, puur op basis van het bouwen aan een sterk merk? ,,Dat marktaandeel van 19 procent kan nog wel stijgen, hoor. Richting de 25 procent moet kunnen, maar bij AH zitten ze niet te slapen. Ik vind dat ze daar de opvolging van Harry de supermarktmanager heel goed op orde hebben. Doordat medewerkers vertellen over hun liefde voor producten komt er wat meer persoonlijkheid in het merk, wat minder afstand. Dat is knap gedaan. Kijk, over vijf jaar tijd zal de wereld van supermarkten er anders uitzien. Dan zijn er waarschijnlijk nog iets van vier grote spelers die de markt verdelen. Ik denk wel dat het merk Jumbo sterk genoeg is om daarbij te horen en dat is nu de uitdaging.”

 

Gedurfde aanvaller
Volgens Hendrik Beerda wordt Jumbo inderdaad gezien als de grote uitdager van AH, zo blijkt uit zijn jaarlijkse retailonderzoek. ,,Jumbo wordt vooral gezien als de gedurfde aanvaller van het enigszins arrogante Albert Heijn-bolwerk. Jumbo wordt als losser, vrolijker en ondernemender gezien dan AH én vooral ook als een belangrijke prijsconcurrent.” Zou er een gerichte aanval op te zetten zijn op basis van dat uitgangspunt? Kan het tikkie provinciale Jumbo de strijd aan met de grote stad? CEO Frits van Eerd gaf eerder in de Volkskrant aan dat Jumbo AH online in vijf jaar tijd van de troon wil stoten. Volgens Ilan Roos van Idephix merkingenieurs doet Jumbo het prima, maar moeten we niet te veel waarde hechten aan termen als ‘outlaw’ of ‘challenger’. In de categorie ‘supermarkten’ spelen emoties in zijn ogen namelijk een minder grote rol bij de keuze. ,,Ik denk dat slechts een klein gedeelte van de mensen naar Jumbo gaat omdat ze het merk zo leuk of anders vinden. Ze kiezen vooral een supermarkt op basis van bekendheid, nabijheid, prijs en assortiment. In mijn ogen moet Jumbo vooral die factoren op orde hebben om nog verder te kunnen groeien. Misschien komt het niet zo handig uit voor je verhaal, maar zo denk ik er gewoon over,” aldus Roos.

 

Herkenbaarheid belangrijk
Het mooie aan de visie van Roos is dat hij op basis van deze stellingname merken wel als belangrijke succesfactoren ziet. ,,Bij de genoemde overwegingen om een supermarkt binnen te lopen, spelen bekendheid en herkenbaarheid een grote rol. Als je kan kiezen tussen vier supermarkten zal je niet snel die winkel nemen die je helemaal niet kent. In dat opzicht is het zaak dat Jumbo blijft bouwen aan haar bekendheid en opvallendheid. En dat doen ze uitstekend,” zegt hij. Roos vindt de keuze voor het gezin onder leiding van acteur Lammers een hele gelukkige. ,,Gezin, ontbijt, boodschappen doen; allemaal sterke associaties voor de categorie supermarkt. Dat doet Jumbo beter dan AH op dit moment. ‘Ze’ zijn daar dus relevant en ook nog op een leuke opvallende manier. Ik vind ook dat ze dat zwart-gele merk heel stevig hebben gepositioneerd. Dat is een duidelijk herkenbaar beeld. Het is allemaal consistent.”

 

Aanvalletje op AH?
Even terug naar de vraag; AH is marktleider met 35 procent marktaandeel, Jumbo heeft bijna 20 procent. Is de positionering als gezinsmerk, de grote uitdager met toch een tikkie provinciaals Vinex-karakter een goede? Is het merk Jumbo klaar voor een aanval of moet het dan simpelweg meer supermarkten gaan regelen/kopen? Dat vragen we aan Mary Hoogerbrugge, eigenaar van De Positioneerders. ,,Jumbo positioneert zich natuurlijk als merk voor het gezin door de reclames met Frank Lammers. Ze willen bovendien het merk voor alle Nederlanders zijn en daar past iemand als Max Verstappen heel erg goed bij,” zegt zij. Hoogerbrugge legt uit hoe comfortabel het is voor Jumbo om de rol van challenger te hebben. ,,Terwijl AH typisch het spel speelt van de marktleider – het komt altijd met nieuwe initiatieven zoals destijds een app en de rol van afhaalpunt via Bol.com -, kan Jumbo rustig wachten op al die initiatieven, om het beter en goedkoper na te doen.”

 

Rebels of volwassen
Hoogerbrugge vat de uitdaging voor Jumbo en AH als volgt samen: ,,AH loopt het gevaar dat mensen je als afstandelijk en arrogant beschouwen. Dat gebeurde natuurlijk een paar jaar geleden met de prijzen die te hoog werden en een aanbod dat niet meer goed aansloot. Het gevaar voor Jumbo als uitdager is dat je wel lekker rebels kan zijn, maar dat mensen na een tijdje wat meer volwassenheid verwachten. Ben je dan nog rebels of komt daar iets anders voor terug?”

 

Samen met Max

Dat is het natuurlijk. Jumbo zit in dezelfde positie als Max Verstappen. Net als Max is Jumbo de jonge, frisse uitdager van de bestaande orde die het spel bij voorkeur op zijn manier speelt en niet altijd openstaat voor de ongeschreven regels van de anderen. Die aanvalsdrift levert altijd spektakel op en dat maakt je populair, maar je gaat ook fouten maken door overmoed. Misschien moet Max eens met vaderfiguur ‘Frank Lammers’ in een tv-commercial gaan praten, puur omdat hij wat meer van het leven heeft gezien. Let maar op; Verstappen gaat samen met Jumbo de komende jaren volwassen worden en als het zover is dan krijgt de oude garde het moeilijk, heel moeilijk.

Wie wint de besteloorlog – BNR

25 september 2016 I BNR

 

bezorgen

Luister hier het radio-interview

Het is dringen geblazen op de Nederlandse bezorgmarkt voor eten. Thuisbezorgd, Foodora, Deliveroo en Tring Tring… ze strijden allemaal om een stukje van de taart. Maar hoe zorg je er nou voor dat jouw merk eruit springt?

Naast keiharde marketing is er volgens merkstrateeg Ilan Roos nog één ding cruciaal: ‘Je moet heel erg zichtbaar en beschikbaar zijn. Je assortiment is heel erg belangrijk en vervolgens moet het gewoon heel erg goed werken. Anders zijn de mensen zo weg en staan er drie andere kandidaten voor je klaar.’

Twee druppels water
Maar de verschillende bedrijven lijken nu wel heel erg op elkaar, vindt merkstrateeg Wouter Boon: ‘Ik heb posters zien hangen waarop stond: Wij bezorgen, jij geniet. Dat is natuurlijk zo generiek als het maar kan. Daarmee ben je eigenlijk reclame aan het maken voor de hele categorie van thuisbezorgen.’

Dat er weinig verschil tussen de bezorgers is, kan Boon verklaren: ‘Dat komt denk ik, omdat ze het te druk hebben met simpelweg hun service optimaliseren en het marktaandeel veroveren.’

Bezorgoorlog
Alle spelers willen zo snel mogelijk groeien. Aangezien achter de bezorgers grote buitenlandse investeerders zitten, duurt de strijd nog lang voort, denkt Roos: ‘De mate waarin nu gecommuniceerd wordt in campagnes, doet mij vermoeden dat er nu echt een oorlog aan de gang is. Wie gaat de markt pakken?’

En voor de verliezers rest volgens Boon maar één ding: ‘Het is voor de hand liggend dat op een gegeven moment een paar van de kleinere merken opgeslokt worden door de grotere.’

Hoeveel marketing kan je begraven

17 februari 2016  | marketingonline| door Ilan Roos

 

Hoeveel_marketing_kan_je_begraven

‘Deze uitvaart wordt verzorgd door Yarden & Keizer.’

Gisteren was ik op een begrafenis. In het uitvaartcentrum waar alle genodigden elkaar met gepast ongemak ontmoetten heerste de bekende kalme en bedrukte sfeer. Nog net voor de genodigden de zaal in werden gevraagd voor de bijeenkomst trof mijn oog een fors beeldscherm met een voor mij opvallende vorm van narrow-casting.

‘Deze uitvaart wordt verzorgd door Yarden & Keizer’

Ik had meteen de associatie met TV-billboarding:
Het weer wordt u aanboden door ……. Sunweb vakanties, of Univé is partner van Studio Sport.

Uitvaartdienstmarketeers
Zichtbaarheid is voor merken van levensbelang. Wie niet bijtijds in het hoofd van de consument zit, kan het bij een aankoopbeslissing wel vergeten. Je moet als merk zogezegd ‘salient’ zijn. Een Ray-Ban zonnebril of een Magnum ijsje koop je veelal in de zomer en niet één keer maar meestal vaker. Bij uitvaarten ligt dat anders. De ‘uitvaartdienstmarketeers’ kunnen moeilijk inschatten wanneer het aankoopmoment komt. En al te veel herhalingsaankopen zijn er ook niet. Lastige business. Jonge mensen zijn nog niet zo met de dood bezig, oudere consumenten misschien wel maar voor je ‘t weet is het te laat: weg aankoopmoment. Maar aan de andere kant: nooit last van conjunctuurwisselingen, want iedereen gaat dood.

yarden

Dood gaan en begraven
Vanuit het oogpunt van relevantie en effectiviteit is de boodschap op het scherm van het uitvaartcentrum wel te begrijpen. Immers, op de uitvaart van familieleden of vrienden zou je heel goed aan je eigen einde kunnen denken. Als u denkt aan dood gaan en begraven, wat komt er dan in u op? Bij mij is dat: angst voor de dood, begraven, cremeren, wat verdrietig voor degene die ik achterlaat (hoop ik), houten kist, muziek, speeches die ik niet in de hand heb. Maar niet Yarden & Keizer. Tot gisteren dan.

Uiterste houdbaarheidsdatum
Yarden en Keizer (vreemde dual-branding trouwens) hebben theoretisch alles goed gedaan. Ze hebben sterke associaties van de categorie (dood, begrafenis, crematie) op een relevante manier gekoppeld aan hun merk. Als ik nu onverhoopt tegen mijn uiterste houdbaarheidsdatum aanloop, is de kans groot dat ik aan Yarden & Keizer denk bij het uitzoeken van de uitvaartdienstverlener.

Maar toch doe ik dat niet. Ik ervaar de aanwezigheid van branding op het moment dat je met zoiets persoonlijks als een uitvaart bezig bent als zeer storend, ongepast en irritant.  Ik onthoud die naam heel goed, maar als negatieve associatie.

Loden Leeuw
Naast kritiek heb ik ook bewondering voor de uitvaartondernemer Yarden. Deze lanceerde onlangs een tv-campagne waarin zij de dood en afscheid omarmen als iets bijzonders, maar vooral ook als een onderdeel van ons leven. Dat expliciet benoemen getuigt niet alleen van enorme moed, maar ook van het inzicht dat je als merk moet opvallen en ervoor moet zorgen dat je sterke associaties van de categorie aan je merk moet verbinden. Met een iets mindere theatrale uitvoering had dit filmpje een beter lot verdiend dan een Loden Leeuw-vermelding. Hopelijk is die vermelding geen reden om dit campagneconcept te verlaten.

YouTube Preview Image

De Blije Kip Garantie: ook voor na Pasen

8 april 2013 | Molblog | door  Ilan Roos

Volgens eiloveyou.nl aten de Nederlanders rond Pasen zo’n 32 miljoen eieren. Het ei is hot geweest de afgelopen weken. Barneveld was even het middelpunt van Nederland en ‘van de leg zijn’ was er even niet bij. De vraag was zo groot dat je hier en daar zelfs lege plekken zag in het eier-schap. Inmiddels zijn alle eieren op of liggen nog onontdekt in een tuin. Terug naar gewone tijden. De pluimveesector denkt na over de vraag wat te doen na deze periode van intensieve consumptie? Hoe blijf je onder de aandacht van de consument na Pasen. Is de Blije-Kip-Garantie het antwoord? Continue reading

De Ab Energizer werkt!

24 januari  2011 | Molblog | door Ilan Roos

10 jaar geleden zag ik op Tell Sell de Ab Energizer: met drie elektroden op je buik naar de televisie kijken en vanzelf een wasbord krijgen. De strakke twintiger die het toonde was buitengewoon overtuigend. Toen ik het product even later bij het Kruitvat zag liggen kon ik de verleiding niet weerstaan. Het zal toch niet waar zijn dat het echt werkt? Continue reading

Be Frank: vijfentwintig mille onduidelijkheid?

22 september 2011 | Molblog | door Ilan Roos

 

Laten we eerlijk zijn; je moet credits geven aan bedrijven die in deze barre tijden de moed hebben om te investeren in een nieuw merk. En al helemaal in financiële dienstverlening. BeFrank, een nieuw merk voor pensioenen geïnitieerd door BinckBank en DeltaLloyd trekt zich niets aan van het aanstormende economische noodweer. “Voor alle duidelijkheid”, luidt de pay off. Maar met die ‘duidelijkheid’ lijkt het merk nu marketing budget te ‘verbranden’.

Continue reading

Generaal Patton de merkstrateeg

21 juli 2011 | Molblog | door Ilan Roos

 

De marktleider val je niet aan, die omzeil je

Onlangs schreef ik over een aantal merken dat zich monopolist mag noemen. Merken die geen noemenswaardige concurrenten hebben. Denk aan Gillette, Durex, Gardena en Calvé pindakaas. Door de Linkedingroep Het Tweede Merk werden nog namen toegevoegd, zoals onder andere: Veet, Karvan Cevitam, Ola (water)ijs en Google. Maar wat is nu de beste strategie om van hun taart een stukje  af te eten oftewel;  hoe ten strijde te trekken tegen marktdominantie? Continue reading