Biefstukzomer

6 september 2017 I marketingonline I door Ilan Roos

Er wordt deze zomer weinig aan de reclame-verbeelding overgelaten. Alles, of in ieder geval veel draait om billen in augustus. Nog maar net terug van vakantie worden de Amsterdammers overspoeld met bloot in het straatbeeld. Reclamemakers kiezen niet meer voor een subtiel decolleté of een wat te hoge split. Om op te vallen bij fietsers en automobilisten kiezen Radio 538 en Suistudio voor het tonen van vleeswaar om ‘arousal’ te wekken.

Ik moet echt uitkijken niet met mijn neus in de bilnaad van de 538-dame te fietsen. Is dit een effectieve reclamestrategie, wat doet het voor de branding van die merken? En is het wenselijk in maatschappelijk opzicht?

 

Billen
Het lijkt dat het werkt, althans bij velen van ons. Als heteroman op de fiets moet ik toegeven dat ik onbewust vaak naar de 538-billen kijk. Het zou me zelfs niet verbazen als het zodanig afleidt dat iemand pardoes op zijn voorganger botst of erger omdat hij even niet bij de les is. Het trekt de aandacht, maar leidt het ook tot een hogere koopintentie?

Dankzij of ondanks?
Merken groeien onder andere door het versterken van de mental availability. Het bouwen van het netwerk aan relevante associaties. Merken moeten ervoor zorgen dat associaties die relevant zijn categorie aan hun naam worden gekoppeld (Sharp, 2010). Ik weet niet zeker waar u aan denkt bij de keuze van een radiostation, maar blote billen in een vrijwel onzichtbare tanga is niet mijn eerste associatie. Bekend is dat het marktaandeel van 538 sinds de inzet van expliciete campagnes in 2014 behoorlijk is gestegen. De vraag is daarbij of er sprake is van ‘dankzij de campagne’ of ‘ondanks de campagne’?

De keuze voor ‘vlees’
En ook bij de aankoop van een damespakje vermoed ik dat mijn vrouw niet direct aan naakte mannen denkt (dat kan overigens maar één naakte man zijn). Voor de positionering van die merken heeft de keuze voor ‘vlees’ dus geen positief effect. Wirtz, Sparks & Zimbres (2017) lieten in een metastudie van 80 onderzoeken (18.000 respondenten) zien dat seksueel getinte reclame wel een positief effect heeft op de aandacht, maar geen positief effect op de ‘recall’ en ook niet op de ‘buying intention’. Er werden wel positieve effecten gevonden bij reclame voor seksgerelateerde producten. Dat is in lijn met de bovengenoemde theorie van mental availability: seks in reclame werkt voor dating en dildo’s, maar niet voor radio en mantelpakjes.

Geen effect in social media marketing
En als de billboards dan niet zo geweldig werken op straat, doen ze het dan beter op social media, wellicht wat dichter op de doelgroep? Het antwoord is nee. Van social media verwacht je dat ze naast een gewoon advertentieplatform de bron zijn van engagement en sharing. Onderzoek van Karen Nelson Field (2014) laat zien dat de ‘sexual creative device’ als een van de slechtste scoort als het gaat om sharing and liking van reclame. Vrijwel alle andere denkbare creatieve concepten doen het beter. Als Radio 538 of Suistudio op Facebook of Instagram kans willen maken op een social media hit, dan raad ik ze aan iets met humor, dieren of baby’s te doen. Zie onder andere de android video hieronder (6 miljoen shares, 30 miljoen views)

Wenselijk
Na de objectivering over de effectiviteit wordt deze column tricky. Want nu volgt de moralistische preek over de onwenselijkheid van deze uitingen. De poging van Suistudio de man als lustobject te portretteren vind ik verfrissend al vraag ik me af of de fotograaf (Carlì Hermes, man) dan niet beter een vrouw had kunnen zijn. Effectief is het dus in geen geval. Maar in het algemeen moeten bedrijven en reclamemakers terughoudend zijn met bloot. Al was het maar bij de keuze voor het medium.

Vrome moslim
Er zijn genoeg groepen in samenleving te bedenken die zich vervreemd voelen of aanstoot nemen aan deze billboards, maar ze niet kunnen ontlopen omdat de straat nu eenmaal publieke ruimte is. Als vrouw, non, priester, vrome moslim of SGP’er kan je niet je ogen dicht doen, want dan bots je op je voorganger (die misschien wel naar dat billboard staat te kijken).

Merken (en organisaties daarachter) zouden zich meer moeten realiseren dat er onder huidige en potentiële gebruikers ook mensen zitten die de confrontatie met bloot of seksualiteit minder makkelijk afgaat. Het is een erg truttige term, maar misschien is dit wel een oproep voor meer duurzame communicatie. En als reclamemakers daar niet van gediend zijn kunnen ze dit deel van het betoog zien als een oproep tot meer creativiteit.

YouTube Preview Image

Beeld: 538 (via Twitter) en Suistudio

Wie wint de besteloorlog in Amsterdam?

22 augustus 2016 | Marketingonline| door Ilan Roos

foodora

De besteloorlog is uitgebroken. Wie wint?

Zelf koken? Wie doet dat nog in Amsterdam en omstreken? Niemand toch? Koken is zó 2015. Een gasaansluiting hoort bij nieuwbouwwoningen in Amsterdam niet meer tot de basisuitrusting. Een golf van bestel- en bezorgbedrijven overspoelt Amsterdam en andere grote steden en verdringt ons van het fornuis. Foodora, Thuisbezorgd, Deliveroo, Just Eat, Snel Eten Bestellen en ga zo maar door. Die hausse biedt enorme kansen voor de hoofdstedelijke horeca. Het afzetgebied van mijn Italiaanse traiteur gaat nu verder dan ons wijkje. Zijn ossobuco is nu ook in Buitenveldert leverbaar.

deliveroo logo     foodora logo     thuisbezorgd  just eat logo

 

Hier is duidelijk Uber nagedacht

Slimme apps
Na marktleider Thuisbezorgd (moeder Takeaway.com nam deze maand Just Eat over) stort de één na de andere bezorger zich op de Amsterdamse markt. De introductie van die maaltijdmakelaars gaat niet ongemerkt aan de Amsterdammers voorbij. Wekenlang zien we al de stevige outdoorcampagnes. Vooral het Duitse Foodora en het Engelse Deliveroo lijken in een hevige strijd verwikkeld. De zichtbaarheid van die merken wordt vergroot door enorme gekleurde dozen achterop de honderden scooters, fietsen en de ruggen van bezorgers. Met de doodsverachting van een zelfmoordterrorist scheuren de koeriers de stad door. Bij menig stoplicht doen Deliveroo en Foodora  een wedstrijdje ‘optrekken’. In tegenstelling tot voetbal wint Engeland hier, omdat het Duitse Foodora haar bezorgers slechts laat fietsen en Deliveroo ook scootert. Alle aanbieders hebben slimme apps ontwikkeld. Hier is duidelijk Uber nagedacht. Zowel voor de consument als voor de vele freelance koeriers.

deliveroo bezorgers

Net zo onderscheidend als een energiebedrijf
Het is niet de bedoeling dat de stedelijke consument ook maar iets mist van de ‘maaltijdoorlog’, daarom zijn de koeriers gehuld in felle ‘bedrijfskleding’. Het Engelse Deliveroo en het Duitse Foodora doen er alles aan met unieke merkelementen op te vallen. Logisch, want iedere bezorger is een ‘etalage’. De magenta doos van Foodora en de groene kangoeroe van Deliveroo hebben dat ook hard nodig, want enig ander onderscheid in propositie is niet te vinden. Partijen claimen allemaal ‘de betere restaurants’ in hun assortiment te hebben, in feite is het aanbod van de bezorgdiensten tamelijk overeenstemmend.

Zes jongens met helmen op, die hun scooter ronkend buiten laten staan

Geintje
Wat mij betreft is dat onderscheid ook niet nodig om succesvol te zijn. De energie van Essent en die van andere aanbieders verschilt ook niet wezenlijk. De mobiele data van T-Mobile en die van Vodafone doen ook niet voor elkaar onder. Al jaren probeer ik vruchteloos Heineken en Amstel te onderscheiden (blind dan wel te verstaan). Het succes van de partijen ligt in de beschikbaarheid en de mate waarin ze in staat zijn op te vallen in design en communicatie. Het verschil zal dus gemaakt worden in een breed aanbod aan eethuisjes, korte aanrijtijden en veel, opvallende en creatieve communicatie. Wat betreft dat opvallen, kunnen beide merken wel wat meer creativiteit gebruiken. Uiteraard is voor de introductie een billboard of een tram prima, maar die fase is nu voorbij en Amsterdammers houden wel van een geintje.

Horeca profiteert
Voor de Amsterdamse horeca zijn de nieuwe maaltijdbezorgers een zegen. Na de magere crisisjaren gaat het mijn Italiaanse traiteur voor de wind. De honderden AirBnB’s in de buurt geven al een aardige slinger aan zijn omzet. Door de besteloorlog is Foodies (zo heet mijn traiteur) online veel zichtbaarder. En ook nog eens beschikbaar in een veel groter verzorgingsgebied. Een paar maanden geleden maakte ik bij de traiteur nog wel eens een praatje met een andere klant. Als ik nu binnen kom is de toonbank bezet door zes jongens met helmen op, die hun scooter ronkend buiten laten staan. Ze hebben één oog op de magnetron waar hun ‘ritje’ in zit, het andere oog is gericht op de app die ze zegt waar hun volgende pick-up staat.

tanta bep

Tante Bep
De vraag is of er op termijn ook plek blijft voor de kleinere spelers in de markt. Er wordt immers al driftig overgenomen en gefuseerd in deze markt. Bij nichespeler Tante Bep bestel je vooral van gezonde (en biologische) eethuisjes en traiteurs. Binnen dertig minuten staat er een maatschappelijk verantwoorde slow-foodkoerier voor je deur. Ga daar maar eens aan staan met je Ottolenghi kookboek in de hand. Maar de vraag is of Tante Bep het niet erg moeilijk gaat krijgen, omdat de grote jongens Tante Bep’s aanbod ook hebben (of vergelijkbaar); zij zijn veel bekender. Misschien wel het volgende hapje van Takaway.com?

Roland van Kralingen versus Galileio Galilei

15 oktober 2015 | Marketingonline.nl| door Ilan Roos

Gelukkig -voor Sharpe- bestaat de brandstapel niet meer, want ik hoor de lucifers in uw broekzak al rammelen

Geachte meneer Van Kralingen,

Wat een boosheid en venijn zit er in uw epistel van 3 september waarin u het werk van meneer Sharp met de vloer gelijk maakt!

Als ik psychoanalyticus zou zijn, dan zou ik zeggen dat u iets te verbergen heeft. Dat u stiekem wel weet dat het Ehrenberg-Bass Institute al decennia lang evidence-based wetenschappelijke bijdragen aan marketing levert en dat weinig anderen dat die Australiërs kunnen na doen. Het werk van Sharp veroorzaakt een botsing van paradigma’s.

Zijn inzichten over merk en marketing laten onze bestaande modellen op hun grondvesten schudden. Het veroorzaakt bij u en veel anderen wellicht een ondraaglijk gevoel van onzekerheid. Dat deed het ook bij mij. Een natuurlijke reactie is om die twijfels dan maar met grote stelligheid te overschreeuwen en te overdekken met het tegendeel. En nog erger: om de verkondiger te afficheren als religieus kwaad.

Rode Boekje
Als ik wat verder analyseer (ik ben nu toch bezig) bent u waarschijnlijk bang dat, als anderen Sharps werk ook gaan lezen, ze er achter komen dat veel van ons huidige gedachtegoed ten aanzien van merken en marketing de prullenbak in kan (althans gedeeltelijk) .

Ik zie de angst in uw ogen: als die arrogante vent gelijk heeft, kunnen we wel inpakken met onze theorieën…… Heel begrijpelijk, het is dezelfde angst waar ik en mijn collega Wiemer Snijders 5 jaar geleden ook niet van konden slapen.

Wat u wel goed gezien heeft, is de tamelijk pedante houding van Sharp in het professionele discours en in de toon van zijn werk. Daar kunt u hem terecht op aanvallen. Voor degenen die deze man van Down Under niet kennen: Sharp zou de broer van Peter R. de Vries kunnen zijn: irritant goed in zijn werk en evenzo pedant in het debat.

De professor zou er goed aan doen anderen in hun waarde te laten als hij zijn waarheid presenteert. Maar inhoudelijk heeft hij  recht van spreken omdat hij het heeft aangedurfd heilige huisjes als differentiatie, loyaliteit, segmentatie en merkpersoonlijkheid in de praktijk te toetsen om ze vervolgens voor een deel naar het rijk der fabelen te verwijzen.

Ik raad u van harte aan zijn ‘rode boekje’ nog eens te lezen want zijn beweringen zijn geheel anders dan u ze voorstelt. Marketeers van grote (ook Nederlandse) bedrijven zien inmiddels de resultaten van het werken vanuit zijn principes. Ik zou zeggen: collega’s met lef, want als ik u mag geloven zijn die mensen van Lotje getikt.

Brandstapel
Meneer Van Kralingen, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat u Sharp aan uw stoelpoten voelt zagen.

Net zoals Galileo Galilei, die het Vaticaan en wetenschappers uit zijn tijd schoffeerde door te stellen dat de wereld geen pannenkoek is, hoopt Sharp de brandstapel te ontlopen en tegelijkertijd op een eerlijke en verifieerbare manier aan te tonen hoe merken groeien. Zijn instituut doet niet aan laboratorium experimenten, maar onderzoekt op basis van marktgegevens.

Zonder theoretisch geklets over archetypen en merkbeloften, maar met studies die u en ik kunnen repliceren. Gelukkig -voor Sharpe- bestaat de brandstapel niet meer, want ik hoor de lucifers in uw broekzak al rammelen.

De Blije Kip Garantie: ook voor na Pasen

8 april 2013 | Molblog | door  Ilan Roos

Volgens eiloveyou.nl aten de Nederlanders rond Pasen zo’n 32 miljoen eieren. Het ei is hot geweest de afgelopen weken. Barneveld was even het middelpunt van Nederland en ‘van de leg zijn’ was er even niet bij. De vraag was zo groot dat je hier en daar zelfs lege plekken zag in het eier-schap. Inmiddels zijn alle eieren op of liggen nog onontdekt in een tuin. Terug naar gewone tijden. De pluimveesector denkt na over de vraag wat te doen na deze periode van intensieve consumptie? Hoe blijf je onder de aandacht van de consument na Pasen. Is de Blije-Kip-Garantie het antwoord? Continue reading

The Tweet Shop – iets voor keurige Breezer meisjes?

 

10 oktober 2012 |Molblog| door Ilan Roos

In het centrum van London staat sinds kort de Kellogg’s Tweet Shop.  Mensen kunnen hier een zakje Special K chips krijgen als ze eerst een positieve tweet over dat product sturen. Het lijkt me wel wat: morgenochtend eerst even langs de Coffee Company waar ik mijn espresso met een tweet afreken. In de middag tweet ik dat ik een heerlijk broodje van Dobben kroket heb gegeten en ’s avonds ga ik voor drie tweets naar de nieuwe James Bond, die ik overigens dan nog niet gezien heb. Enkele positieve en negatieve kanttekeningen bij deze vorm van marketing. Continue reading

Blonde Lätta meisjes zijn beter

05 maart 2012 |Molblog| door Ilan Roos

Vorige week maakte Unilever bekend een oud paard van stal te halen. De levensmiddelengigant ziet een groeiende behoefte aan broodsmeersel, vooral bij jongvolwassenen. Die schijnen de hele dag door brood te eten en niet alleen meer te smeren, maar het product ook als een mayonaise te willen ‘scoopen’. Unilever kiest met deze herintroductie voor een strategie die eerder door Quick, Mini en het skimerk Blizzard werd bewandeld. Het herintroduceren van een uitgedoofd merk. De eerste Lätta-introductie was blijkbaar geen doorslaand succes, maar is het daarom beter een nieuw merk voor het product te ontwikkelen? Nee, er smeult nog steeds een vuurtje…. Continue reading

De Ab Energizer werkt!

24 januari  2011 | Molblog | door Ilan Roos

10 jaar geleden zag ik op Tell Sell de Ab Energizer: met drie elektroden op je buik naar de televisie kijken en vanzelf een wasbord krijgen. De strakke twintiger die het toonde was buitengewoon overtuigend. Toen ik het product even later bij het Kruitvat zag liggen kon ik de verleiding niet weerstaan. Het zal toch niet waar zijn dat het echt werkt? Continue reading

Be Frank: vijfentwintig mille onduidelijkheid?

22 september 2011 | Molblog | door Ilan Roos

 

Laten we eerlijk zijn; je moet credits geven aan bedrijven die in deze barre tijden de moed hebben om te investeren in een nieuw merk. En al helemaal in financiële dienstverlening. BeFrank, een nieuw merk voor pensioenen geïnitieerd door BinckBank en DeltaLloyd trekt zich niets aan van het aanstormende economische noodweer. “Voor alle duidelijkheid”, luidt de pay off. Maar met die ‘duidelijkheid’ lijkt het merk nu marketing budget te ‘verbranden’.

Continue reading